Eerste Passiefwoning in Eygelshoven, gemeente Kerkrade

Wonen Limburg bouwt in Eygelshoven, gemeente Kerkrade, de eerste passiefwoning. De passiefwoning is een van de vier nieuwbouwconcepten die in een nieuwbouwplan, volgens de “trias energetica” in Eygelshoven voor een periode van 2 jaar gemonitord gaan worden op energiezuinigheid. Doel van het onderzoek voor Wonen Limburg is, om te onderzoeken of de energiezuinigheid in de nieuwbouw behaald moet worden met extra isolatie of met extra installaties, zoals bijvoorbeeld zonnecollectoren. Daarom wordt er in Eygelshoven een pilot gestart onder de naam “MIMI” Meer Isolatie, Minder Installatie.

De verwachting is dat de MIMI-woning, 1 van de 4 bouwconcepten, energiezuiniger is dan de woning volgens het bouwbesluit met een zonnecollector. Voor de huurder betekent meer isolatie in de praktijk minder installatietechniek in de woning, waarbij het energieverbruik voor ruimteverwarming toch minder is.

De pilot “MIMI” wordt uitgevoerd op zes nieuw te bouwen patiowoningen aan de Brandtstraat, hoek Kommerveldlaan in Eygelshoven. De pilot wordt uitgevoerd in samenwerking met de Gemeente Kerkrade, aannemersbedrijf van Wijnen uit Sittard, Lancee architecten uit Heerlen, Rockwool, J.E. Stork Air en Kegro deuren.

Het concept om de woningen te bouwen meer gericht op de Trias Energetica is afkomstig van de Duitse Passiefwoning. Hierbij wordt de isolatieschil van een woning minimaal uitgevoerd met een Rc-waarde van 6.6 m2K/W(20 cmsteenwol) en een minimale U-waarde voor de kozijnen, met driedubbelglas van 0.8 W/(m2K). Bij een Duitse passiefwoning is theoretisch de ventilatielucht al voldoende om de woning te verwarmen of te koelen.

De vier bouwconcepten in volgorde.

1)
Drie patiowoningen worden volgens de energieprestatie(EPC 0.74) uit het Bouwbesluit uitgevoerd. Hierbij heeft bijvoorbeeld de spouwmuur een Rc-waarde 3.5 m2K/W. Hiervoor wordt 10 cmSteenwolplaat in de spouw aangebracht. In de kozijnen zit dubbelglas HR++ en op het pannendak wordt een zonnecollector van 2,3 m2aangebracht.

2)
De 2 MIMI-woningen zijn aangepast. De geplande zonnecollector van 4.6 m2 zijn vervallen. Hiervoor wordt er extra isolatie in de schil is aangebracht met een minimale Rc-waarde volgens de Duitse passiefwoning(Rc 6.6 m2K/W). Hiervoor zit bijvoorbeeld in de spouwmuur 20,5 cmsteenwolplaten met een Rc-waarde van 7 m2K/W. In de kozijnen zit driedubbelglas en extra geïsoleerdedeuren(EPC 0.64). Wel wordt op de wtw-unit een lucht-grondcollector aangesloten om de lucht in de zomer op een lagere temperatuur naar binnen te blazen. Tevens heeft men in de winter het voordeel, dat de lucht wordt voor verwarmd.

3)
De Nederlandse passiefwoning (EPC < 0.5)wordt met dezelfde bouwkundige thermische schil uitgevoerd als de MIMI-woning. Als extra zullen de kozijnen inclusief glas en deuren ook voldoen aan de Duitse passief norm, U-waarde < 0.8 m2K/W. De bouwkundige details worden ook aangepast om de koudebruggen te minimaliseren. Zo wordt de fundering rondom geïsoleerd.

Voor de koeling van de woning wordt de wtw-unit gekoppeld aan een koel-unit die voorzien is van slangen gevuld met water. De slangen liggen op een diepte van 1,5 meterin de grond. In de zomer wordt het water gekoeld door de aarde waardoor de wisselaar in de koel-unit de lucht koelt in de wtw toestel. Op het pannendak wordt een zonnecollector van 4.6 m2 en een pv-collector aangebracht.

4)
Het 4e concept is de Duitse passiefwoning(PHPP). De Duitse passiefwoning wordt alleen theoretisch uitgewerkt. De energiezuinigheid wordt volgens de PHPP-berekening berekend waardoor de monitoring op energieverbruik minder interessant wordt. Wel wordt het energieverbruik en het bouwconcept vergeleken met de overige drie concepten.

Alle vier bouwconcepten worden met elkaar vergeleken waarbij de bouwkosten en het energieverbruik de meest belangrijke zijn. Verwacht wordt, dat de MIMI woning een lager energieverbruik zal hebben dan de woning volgens het bouwbesluit waarbij de onderhoudskosten voor de installaties beperkter zullen zijn.

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •